← Terug naar het blogoverzicht

De paradox van ruimte in relatie: jezelf blijven terwijl je verbonden bent (deel 1)

In relaties staan we regelmatig voor een fascinerende paradox: hoe kunnen we tegelijk volledig onszelf zijn èn diep verbonden met een ander? Kan dat wel? Dat voelt vaak zo egoïstisch. Het kan zeker wel en het is wat relaties op langere termijn levendig, robuust en sprankelend houdt.

In deze blog verkennen we hoe we ruimte kunnen creëren voor onszelf binnen onze relaties — zonder die verbinding te verliezen.

In dit eerste deel kijken we naar wat er van binnen nodig is: hoe kun je leren voelen wat jij wilt, hoe ga je om met intense emoties, en hoe zorg je dat je jezelf niet verliest wanneer je je hart opent voor een ander?

Wat wil ik eigenlijk?

Authentieke zelfervaring begint met de vraag: wat wil ik eigenlijk? Op zich een simpele vraag, maar velen onder ons vinden dat best ingewikkeld. Prima als we een paar dagen alleen doorbrengen, maar vaak heel anders in de nabijheid van een ander. Dan lijkt het ons ineens niet meer zo uit te maken wat we willen en verraadt ons antwoord dat we hierin graag richting willen hebben van de ander. In vriendschapsrelaties en werkrelaties heeft dit niet zo'n impact, daar ben je vaak maar korte perioden mee in contact, maar in partnerrelaties waar je veel tijd met elkaar doorbrengt wel. Zeker als het normaal wordt je eigen behoeften en verlangens te ervaren in relatie tot de ander, dus via de ander in plaats van vanuit je eigen bron.

De vraag "wat wil ik eigenlijk" wordt pas betekenisvol wanneer we hem kunnen stellen vanuit een ruimte van innerlijke vrijheid, los van automatische reacties op wat anderen van ons verwachten of wat wij denken dat anderen van ons verwachten.

Vaak hebben we als kind geleerd dat onze eigen wensen minder (of niet) belangrijk waren. Misschien moest je altijd lief zijn, rustig zijn: "Zit toch es stil", "Haal je handen uit je zakken", "Doe dit", "Doe dat". Kreeg je alleen aandacht als je deed wat anderen wilden, als je wenselijk gedrag liet zien. Misschien voelde je spanning bij een ouder wanneer je met je speelgoed veel lawaai maakte. Misschien was een van de ouders ziek waardoor je aanvoelde beter je intensiteit te dimmen. Als je klein bent, heb je de dosering van je emoties nog niet helemaal onder controle en is het normaal en gezond dat je zo nu en dan intenser bent. Vaak hebben ouders in hun eigen jeugd ook niet geleerd hun intensiteit te leven en daarmee in contact durven zijn. Als kind leer je dan om jezelf aan te passen, totdat je eigen stem steeds minder hoorbaar wordt. In de ruimte met de ander ga je onbewust en automatisch de ander in de gaten houden, en vervloei je met de behoeften van de ander die dan aan kunnen voelen alsof ze ook van jou zijn. Het contact met je eigen bron vervaagt en je ervaart je gevoelens en gedachten eerder via de ander.

Waar we naartoe willen, is in de nabijheid van de ander onszelf kunnen blijven voelen zonder de ander te verliezen. Kunnen ontspannen in nabijheid van de ander waarbij eigen impulsen weer voelbaar worden. Verlangen voelen komend van binnenuit. Dat creativiteit en spontaniteit weer veilig en vertrouwd voelen en dit vrijelijk kunnen laten stromen.

Voorbeeld uit de praktijk: een cliënt beschrijft een moment van seksueel ontwaken: "We lagen naast elkaar, niet aanrakend maar volledig aanwezig. Ineens voelde ik mijn eigen verlangen, niet naar hem maar in mezelf. Voor het eerst voelde ik mijn eigen verlangen niet als reactie op hem maar als bron in mezelf."

Jezelf dragen

Soms voelen onze emoties zo intens dat je er weg van wilt. Niemand mag zien dat je geraakt bent, dat je eigenlijk moet huilen, dat je geïrriteerd bent geworden. We zouden namelijk kunnen ervaren dat onze zichtbare emoties een effect hebben op de ander. We zien dat het iets met de ander doet, waardoor we (net als vroeger) automatisch de ander moeten gaan 'redden' en het contact met onszelf verliezen. Door je te focussen op de ander, kun je niet bij jezelf zijn; dit kan innerlijk ervaren worden als dat jouw gevoelens er (weer) niet toe doen. De werkelijkheid is dat je misschien nooit geleerd hebt dat je eigen intense gevoelens normaal en gezond zijn en dat je daarvoor niet uit contact met de ander hoeft. Je hebt niet geleerd je eigen intense gevoelens te verdragen. Daardoor heb je je misschien aangeleerd je te richten op de ander, dat voelt veiliger en vertrouwder. Je volgt iets op in jezelf dat je hebt aangeleerd toen je klein was.

Als we telkens weg gaan van onze eigen intensere gevoelens, wordt de innerlijke container waar emoties doorheen stromen steeds minder 'gebruikt' en verleren we intensere emoties te verdragen. Normale menselijke gevoelens, zoals bijvoorbeeld een ander teleurstellen (iets wat onoverkomelijk is als je leeft), kunnen dan ervaren worden als onmogelijk, heftig en iets wat je beter maar kunt vermijden.

Voelen "wat wil ik?" is ook zo realistisch zijn dat de ander wellicht niet wil wat jij wilt. Intellectueel snappen we dit ook wel, totdat het ons zelf overkomt. We hebben eindelijk moed verzameld en ons kwetsbaar opgesteld met onze behoefte, en dan zegt de ander dat hij er geen zin in heeft! Weg is het intellect. Als we moeilijk intense emoties verdragen, geven we de ander geen keus in een ja en een nee, maar verwoorden we het indirect als een instructie, of leggen we er zoveel lading in dat de ander geen nee durft te zeggen.

Als intense gevoelens je snel overspoelen, je als het ware 'in stukjes uiteen valt' — wat fragmentatie genoemd wordt — is het onaantrekkelijk geworden je volledige verlangens te onderzoeken. Je hebt op die manier een no-go zone gecreëerd. Wanneer de ander niet meewerkt aan je verzoek, voelt het al snel alsof de ander jou iets ergs aandoet waarvan jij gered moet worden door die ander.

Jezelf dragen is je innerlijke container vergroten en robuuster maken. Dit is een proces waarbij therapie erg effectief is gebleken. Dit innerlijk robuuster worden is zowel een geestelijk als lichamelijk proces dat veiligheid, een goed afgestemde therapeutische relatie vraagt waarin het soms ook intens mag zijn om op die manier in veiligheid een nieuwe ervaring op te doen met intensiteit. In therapie kan dan gewerkt worden aan:

  • Het ervaren van eigen impulsen als authentiek
  • Het ervaren van intense gevoelens zonder fragmentatie
  • Het behouden van zelf in intimiteit
  • Het kunnen loslaten zonder zichzelf te verliezen

In relatie zijn zonder jezelf te verliezen

Veel mensen denken dat liefde betekent dat je jezelf opgeeft voor de ander. Dat je altijd positief moet zijn, nooit boos mag worden, of dat je eigen behoeften op de tweede plaats komen. Maar deze manier van relaties doen voelt vaak leeg en vermoeiend. Deze relaties lopen het risico voorspelbaar en vlak te worden.

Robuuste, levendige relaties die tegen een stootje kunnen, vragen juist om het tegenovergestelde: dat je volledig jezelf kunt zijn, juist met al je intensiteit. Het is vaak dat laatste wat vergeten wordt.

We zijn vaak bang dat we afgewezen worden als we laten zien hoe we zijn in onze intensiteit. Daarmee bedoel ik niet alleen wanneer je intens kwaad of teleurgesteld bent, maar ook als je intense seksuele energie voelt, intens vreugdevol bent of intens je onverdunde, wilde kant laat zien. Wanneer je de behoefte om te schreeuwen zou opvolgen, of je met een koprol het bed in wilt rollen.

In gezonde relaties kun je ontspannen en jezelf zijn. Je hoeft je niet constant aan te passen of te presteren om geliefd te worden. Je mag je sterke kanten laten zien én je kwetsbare kanten. Je beheerste kanten, maar ook je wilde, onbeheerste kanten waar je nog persoonlijk werk hebt te doen. Je mag zeggen wat je denkt en voelt, ook als het moeilijk is of de ander het niet fijn vindt te horen. Je mag grenzen stellen zonder je schuldig te voelen.

Dit betekent niet dat je maar alles kunt doen of zeggen. Het gaat erom dat je authentiek bent, niet dat je roekeloos bent. Het verschil zit in de intentie: kom je voort uit liefde en respect, of uit pijn en verdediging?

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar om jezelf te blijven in de nabijheid van de ander zul je tijd alleen met jezelf moeten doorbrengen om in de afwezigheid van de ander te ontdekken wat er in je omgaat van moment tot moment. Jezelf ervaren ontstaat als een innerlijke impuls en niet als reactie op de ander. Vaak kun je door alleen tijd door te brengen onderscheiden wat authentiek van jou is en wat je ervaart in relatie tot de ander.

Door dit vaker te voelen, kun je bij jezelf blijven (gedifferentieerd) en daarin ontspannen. Dit alleen-zijn is geen isolatie maar:

  • Ervaar je als ruimte binnen verbondenheid
  • Zelf-zijn in aanwezigheid van de ander
  • Innerlijke ruimte waarin verlangen kan ontstaan
  • Vrijheid van drang om te reageren

Voorbeeld uit de praktijk: een cliënt die geen zin in seks ervaart, leert eerst wat het is om überhaupt iets te willen. "Ik begon met simpele dingen, bijvoorbeeld door tijd te nemen in de supermarkt en me af te vragen: welke thee lijkt mij nou echt lekker?" "Langzaam leerde ik wat van binnenuit kwam versus wat ik dacht te moeten willen."

Loslaten zonder jezelf kwijt te raken

Overgave in relaties kan prachtig zijn. Denk aan die momenten waarin je je volledig kunt laten gaan — in een omhelzing, in een diep gesprek of tijdens seks. Maar veel mensen zijn bang om zich over te geven, omdat ze denken dat ze zichzelf dan kwijtraken.

Het verschil tussen gezonde overgave en jezelf verliezen zit in de mate waarin je in het dagelijks leven in contact met anderen jezelf kunt blijven voelen en zijn, zoals we dat hierboven beschreven hebben. Als je genoeg hebt ervaren dat je jezelf kunt zijn (ook met je intensiteit) en je nog steeds verbinding ervaart, wordt het loslaten van jezelf veilig — en heb je ook jezelf om los te laten. Wie of wat ga je anders loslaten?

Gezonde overgave ontstaat vanuit kracht: je weet wie je bent, je vertrouwt jezelf én de ander, en je kiest ervoor om controle los te laten.

Ongezonde overgave komt uit angst: angst om afgewezen te worden, angst om alleen te zijn, of angst voor conflict. Dan geef je jezelf op omdat je denkt dat je moet, niet omdat je het wilt.

Hoe weet je het verschil? Gezonde overgave voelt bevrijd — je voelt je eigen impulsen, lichamelijke gewaarwordingen en verlangens. Ongezonde overgave voelt zwaar — alsof je een deel van jezelf moet opgeven om geliefd te worden; je bent meer in je hoofd bezig te ontfutselen wat de ander wil, wat hij of zij van je verwacht, je bent hard aan het werk of je best aan het doen.

De vraag is dus niet óf je jezelf kunt loslaten, maar of er in het dagelijkse leven genoeg jezelf-zijn is wat losgelaten kan worden. Vertrouw je erop dat de ander je met zorg zal behandelen?

En hoe is dit in een relatie

In mijn volgende blog (tweede deel) gaan we kijken naar hoe deze innerlijke kracht zich vertaalt naar de complexe dans van relaties. Hoe verdraag je de spanning tussen je eigen behoeften en die van anderen? Hoe zorg je ervoor dat jullie elkaar echt zien? En hoe creëer je ruimte om jezelf te zijn, zelfs in de diepste verbinding?

Want uiteindelijk gaat het er niet om dat je deze vaardigheden ontwikkelt om je terug te trekken uit relaties. Het gaat erom dat je je vollediger kunt geven aan de verbindingen die jouw leven betekenis geven.